Gevelelementen

voor nieuwbouw- en renovatieprojecten

 

Thermogreen Gevelelement

Het Thermogreen Gevelelement is een staalframe, gevuld met minerale wol, als basis waarop éénzijdig- dan wel tweezijdig ISO STUC® platen worden gemonteerd.

ISO STUC®  is een Polyurethaan plaat voorzien van een ingelijmde wapening die o.a. dient als wapening voor de daarop aan te brengen cementgebonden afwerking. De afgewerkte isolatieplaat aan de buitenzijde van het frame kan op velerlei wijzen van een toplaag worden voorzien, zoals b.v. stukwerk, gezaagde stenen of alle andere denkbare afwerkingen. Het enige aandachtspunt hierbij zijn de eigenschappen van de materialen die op het gevelelement worden aangebracht.De binnenzijde van het frame kan worden voorzien van een plaatmateriaal zoals b.v. Fermacell. Deze wandopbouw geeft een minimum Rc waarde van 7.9. Indien hogere isolatiewaardes gewenst zijn dan een Rc 7.9 zal de binnenzijde van het frame voorzien worden van een aanvullende isolatieplaat.. Het voordeel van deze complete opbouw is dat wij de gevelelementen kunnen samenstellen tot een Rc 15. Tevens kunnen verwarming- c.q. koelleidingen in dit isoaltiepakket worden opgenomen.

Indien men kiest voor een complete wandopbouw met een Rc 15 zal de totale dikte van het element niet verder reiken dan 410 mm en zal het totaalgewicht minder dan 90 kg/m² zijn.

 

Constructieve toepassing.
Thermogreen Gevelelementen zijn bij uitstek geschikt voor toepassing in de draagstructuur van een gebouw dan wel voor het verkrijgen van stabiliteit.
Het staalframe in het element kan aangepast worden aan de constructieve eisen waardoor een slanke en niet zichtbare constructie ontstaat.

 Woningen in staalframebouw.

Het verschil

Staalframebouw is niet hetzelfde als het in ons land meer bekende staalskeletbouw.
Er zijn wel algemene overeenkomsten tussen de beide bouwmethoden: een gering
eigen gewicht en een hoge bouwsnelheid. Maar constructief gezien verschillen
ze als dag en nacht. Staalskeletbouw is het bouwen van lijnvormige elementen
(liggers en kolommen) van warmgewalste profielen. Voor de benodigde afbouw
wordt dit skelet ingevuld met wanden, vloeren en daken. Deze schijfvormige
elementen zijn juist het uitgangspunt bij staalframebouw. Staalframebouw gebeurt
met complete panelen voor wanden, gevels en daken. Aan de basis daarvan staan
frames van koudgevormde C- en U-profielen, gemaakt uit dun staalplaat. Voor
ontwerpers en bouwers zijn deze constructieve verschillen van essentieel belang. Met
staalskeletbouw is vrijwel elke vorm en elk volume mogelijk. Bij staalframebouw
zijn overspanningen en openingen om constructieve redenen aan maximale maten
gebonden.

De overeenkomst
Staalframebouw heeft veel weg van metal stud. Wederom níet in constructief opzicht:
bij metal stud hebben de staalprofielen – van ongeveer 0,6 mm dik – geen
dragende functie. Een staalframe – met 1 tot 4 mm dikke profielen – heeft dat
wél. Wat dat betreft is staalframebouw net ‘dikke metal stud’. Bovendien heeft
staalframebouw door de twee- of driedimensionale constructies logischerwijs meer
ruimtelijke en esthetische mogelijkheden. Verdere overeenkomsten met metal stud
zitten in de afwerking en uitvoering.

Het voordeel
Staalframebouw is een eigentijdse variant op houtskeletbouw (hsb) en prefab beton.
Steeds vaker wordt staalframebouw gezien als een beter alternatief. Het combineert
namelijk de pluspunten van hsb met de pluspunten van staal: lichter van gewicht,
maatvaster dankzij krimpvrije materialen, minder gevoelig voor klimaatinvloeden
én bestand tegen ongedierte en schimmels. Ook zijn grotere overspanningen en
uitkragingen haalbaar. Een extra onderscheid met prefab beton is het gewicht én de
kortere levertijd, omdat er niet met mallen wordt gewerkt. Het bijkomend voordeel
daarvan is een ruimere ontwerpvrijheid bij kleine aantallen tegen relatief lage kosten.

De samenwerking
Staalframebouw gaat goed samen met andere bouwsystemen. De combinaties met
staalskeletbouw zijn inmiddels talrijk; de reden is duidelijk: grote, kolomvrije en
flexibel indeelbare plattegronden. Voorbeelden van de combinatie van staalframe- en
staalskeletbouw zijn het Smarthouseconcept en de stadsvilla Van der Mark: beide
hebben een staalskelet met staalframebouw wanden en een staalframebouw vloer
op de verdiepingen en als dak. Misschien minder bekend is de staalframebouw
aanhang- of optopmodule bij een betonnen casco (zie voorbeelden achterin). Of
de staalframebouw invulwoningen onder een enorme houten kap, zoals bij het
renovatieproject Schuttersveld in Delft. Drie bouwmethoden combineren in één
project is ook mogelijk. Zo zijn elementen uit staalframebouw, staalskeletbouw
én houtskeletbouw toegepast in de achttien Multiple Choice woningen in Almere.
Met staalframebouw kunnen gebouwen tot zes lagen als een soort zelfdragende
carrosserie worden opgezet, zoals het HEM-hotel in Amsterdam. Voor hogere
gebouwen kan een staalskelet als hoofddraagconstructie dienen, waarbij de wanden,
vloeren en daken van staalframebouw elementen worden gemaakt .

Recyclebaar
Staal is 100% recyclebaar. De staalframebouw elementen kunnen na demontage in
hun geheel als bouwdeel worden ingezet in nieuwbouwprojecten, en zo een tweede
leven krijgen. Maar ook kan het staal worden omgesmolten tot nieuw staal. Door
de magnetische eigenschappen, kan staal in het recycleproces eenvoudig worden
uitgesorteerd. Dit bouwafval wordt bijna volledig hergebruikt. De staalproductie vindt
tegenwoordig voor meer dan de helft plaats uit het teruggenomen staal.

Binnenstedelijke herstructurering
De combinatie van prefab elementen met een laag gewicht én een grote
ontwerpvrijheid, maakt staalframebouw goed geschikt voor stadsvernieuwing en
renovatie. Juist daar onderscheidt staalframebouw zich door korte bouwtijden zonder
hulpconstructies en biedt het oplossingen voor de herstructureringvraagstukken van
nu en later.

Attesten en certificering in relatie met het Bouwbesluit in Nederland
Staalframebouw is in diverse landen, waaronder Duitsland en Engeland, voorzien van
certificaten, attesten of andere kwaliteitsdocumenten. In deze documenten wordt
aangegeven op welke wijze staalframebouw met verschillende principe-oplossingen
en productcombinaties voldoet aan de gestelde prestatie-eisen. In Nederland is het
staalframebouw systeem van Corus voorzien van een KOMO-Attest (afgegeven door
IKOB-BKB). Dit geeft ontwerpers, bouwtoezichten en opdrachtgevers de zekerheid
dat het systeem voldoet aan het Bouwbesluit, waardoor de bouwvergunning snel is
af te geven. Het attest is dynamisch en actueel, het ‘beweegt’ mee met wijzigingen
in het Bouwbesluit en de nieuwe ontwikkelingen worden, na toetsing, opgenomen.

Constructieprincipes
Net als bij de houtskeletbouw onderscheidt men bij staalframebouw de platform- en
de balloonmethode

Platformmethode
Bij deze methode worden eerst de wanden geplaatst, daarop wordt de vloer gelegd.
Op die vloer worden de volgende wanden geplaatst, enzovoort. Zo worden de
krachten uit de wanden via de vloerelementen overgedragen naar de onderliggende
constructie. De platformmethode is de meest bekende én meest gebruikte manier
van bouwen. Een voordeel van deze methode ten opzichte van de balloonmethode
is, dat er altijd een werkvloer aanwezig is voor de montage van de volgende
elementen.

Balloonmethode
Bij de balloonmethode worden de vloeren naast, of tussen de wandelementen
opgehangen.
De dragende wandelementen lopen verticaal voorbij de vloer door. Bij de
balloonmethode kunnen grotere wandelementen toegepast worden. De constructie
bij een horizontale aansluiting kan met minder profielen worden uitgevoerd. Ook
de damp remmende laag kan daar ononderbroken worden aangebracht. Er staat
tegenover, dat het aansluitdetail constructief ingewikkelder is.

Ontwerp en constructie.
Het materiaalsoort en de dikte van het plaatmateriaal voor de bekleding van de
staalframes worden bepaald door de constructieve, brandwerende en de akoestische
eisen die aan het onderdeel, of aan het gehele gebouw, worden gesteld (voor meer
informatie, zie de hoofdstukken: Akoestiek en Brand).
De ruimte tussen de stijlen kan net als bij de houtskeletbouw en metal stud met
minerale wol worden geïsoleerd. De soort isolatie en de dikte zijn afhankelijk van de
prestaties die het onderdeel moet leveren.
Bij een vergelijking met de traditionele steenachtige bouwmethoden, onder gelijke
randvoorwaarden, onderscheidt staalframebouw zich in meerdere opzichten positief.
Bij een vergelijkbare wand- en vloerdikte, presteert staalframebouw beter op
thermisch en akoestisch gebied.
Keert men de vergelijking om en gaat men uit van gelijke prestaties, dan resulteert
dit bij staalframebouw in kleinere diktes en dus in een toename van de netto
vloeroppervlakte. Dit kan bij een woning met een oppervlakte van 120 m2 oplopen tot 10% winst.
In de holle ruimte tussen de stijlen kunnen leidingen eenvoudig in het systeem
opgenomen worden. In de staalprofielen kunnen standaard gaten worden
aangebracht om leidingen door te voeren. Bij het aanbrengen van leidingen dient
men erop toe te zien, dat de doorvoeren akoestisch en constructief verantwoord
worden uitgevoerd. De leidingen dienen vrij te worden gehouden van direct contact
met het staalframe, om geluidsoverdracht van de leidingen naar de profielen
(geluidlekken) te voorkomen.
Door het geringe eigen gewicht van de constructie kunnen bestaande gebouwen
met nog een (kleine) restcapaciteit in de fundering, zonder extra aanpassingen aan
de fundering van extra bouwlagen worden voorzien (optoppen). Het lage eigen
gewicht biedt evenveel voordeel bij nieuwbouw. Bij gebouwen tot drie verdiepingen
is het mogelijk de constructie direct op een gestorte begane-grondvloer af te steunen,
zonder heipalen.

Ontwerp en vormgeving
Vloerconstructies met overspanningen tot 8 m kunnen zonder problemen in
staalframebouw worden uitgevoerd (zie het hoofdstuk: Koudgevormde profielen
voor staalframebouw, paragraaf: vloerprofielen). Daardoor is het mogelijk om
woningen met een gangbare indeling (eengezinswoningen) zonder enige beperking
uit te voeren in staalframebouw. Voor grotere overspanningen kunnen hogere of
samengestelde vloerprofielen worden gebruikt. Daarnaast kan men aanvullend
gebruik maken van warmgewalste staalprofielen. Een andere optie is de combinatie
met een staalplaat-beton vloer voor overspanningen tot 7 m. Met staalframebouw
kan, door de eenvoud van het systeem, met een grote mate van flexibiliteit worden
ontworpen. Het is zinvol om stabiliteitswanden in de gevel of rond trappenhuizen en
sanitaire gedeelten te plaatsen. Op die manier heeft de ontwerper nog meer vrijheid
bij de indeling. Met de juiste trekverankering kunnen de stabiliteitselementen zelfs
beperkt blijven tot een breedte van 1,25 m, ook wanneer de wanden verder geen
vloer ondersteunen.
Toekomstige uitbreidingen of herindelingen kunnen eenvoudig worden uitgevoerd,
als daar bij het ontwerp rekening mee is gehouden. Wanneer bijvoorbeeld alleen
de gevelelementen en de woningscheidende wanden als dragend element of als
stabiliteitswand worden ontworpen, kan de binnenruimte volkomen vrij worden
ingedeeld of zelfs helemaal open blijven, zodat de woning aan wisselende
bewonersbehoeftes kan worden aangepast. Door in het ontwerp rekening te
houden met extra installaties en door leidingen te bundelen, kunnen veranderingen
eenvoudig worden gerealiseerd. Er zijn vrijwel geen beperkingen aan de vormgeving
van de staalframebouw elementen en de afbouw. Afhankelijk van de gewenste
bouwfysische prestaties en statische belastingen zijn diverse bekledingsmaterialen
aan de binnenzijde mogelijk, die op elke denkbare wijze kunnen worden
nabehandeld (schilderen, behangen, stukadoren, bekleden enzovoort). Ook kan
de bekleding onbehandeld blijven (chipwood of speciale fineerplaten). Voor de
gevels zijn eveneens alle gangbare materialen en systemen mogelijk (pleisterwerk,
metselwerk, rabat enzovoort).

Staalframebouw      Ontwerp en vormgeving
Vloerconstructies met overspanningen tot 8 m kunnen zonder problemen in
staalframebouw worden uitgevoerd (zie het hoofdstuk: Koudgevormde profielen
voor staalframebouw, paragraaf: vloerprofielen). Daardoor is het mogelijk om
woningen met een gangbare indeling (eengezinswoningen) zonder enige beperking
uit te voeren in staalframebouw. Voor grotere overspanningen kunnen hogere of
samengestelde vloerprofielen worden gebruikt. Daarnaast kan men aanvullend
gebruik maken van warmgewalste staalprofielen. Een andere optie is de combinatie
met een staalplaat-beton vloer voor overspanningen tot 7 m. Met staalframebouw
kan, door de eenvoud van het systeem, met een grote mate van flexibiliteit worden
ontworpen. Het is zinvol om stabiliteitswanden in de gevel of rond trappenhuizen en
sanitaire gedeelten te plaatsen. Op die manier heeft de ontwerper nog meer vrijheid
bij de indeling. Met de juiste trekverankering kunnen de stabiliteitselementen zelfs
beperkt blijven tot een breedte van 1,25 m, ook wanneer de wanden verder geen
vloer ondersteunen.
Toekomstige uitbreidingen of herindelingen kunnen eenvoudig worden uitgevoerd,
als daar bij het ontwerp rekening mee is gehouden. Wanneer bijvoorbeeld alleen
de gevelelementen en de woningscheidende wanden als dragend element of als
stabiliteitswand worden ontworpen, kan de binnenruimte volkomen vrij worden
ingedeeld of zelfs helemaal open blijven, zodat de woning aan wisselende
bewonersbehoeftes kan worden aangepast. Door in het ontwerp rekening te
houden met extra installaties en door leidingen te bundelen, kunnen veranderingen
eenvoudig worden gerealiseerd. Er zijn vrijwel geen beperkingen aan de vormgeving
van de staalframebouw elementen en de afbouw. Afhankelijk van de gewenste
bouwfysische prestaties en statische belastingen zijn diverse bekledingsmaterialen
aan de binnenzijde mogelijk, die op elke denkbare wijze kunnen worden
nabehandeld (schilderen, behangen, stukadoren, bekleden enzovoort). Ook kan
de bekleding onbehandeld blijven (chipwood of speciale fineerplaten). Voor de
gevels zijn eveneens alle gangbare materialen en systemen mogelijk (pleisterwerk,
metselwerk, rabat enzovoort).
Staalframebouw wordt anders uitgevoerd dan massieve, steenachtige
bouwsystemen en houtskeletbouw.
De bouw van dunwandige staalprofielen tot staalframebouw kan zowel op de
bouwplaats als in de fabriek plaatsvinden. Beide productiemethoden verschillen
in planning, uitvoering en de logistiek. Het loont de moeite voor ieder project
de voor- en nadelen van beide productielocaties af te wegen.
Staalframebouw wordt anders uitgevoerd dan massieve, steenachtige
bouwsystemen en houtskeletbouw.
De bouw van dunwandige staalprofielen tot staalframebouw kan zowel op de
bouwplaats als in de fabriek plaatsvinden. Beide productiemethoden verschillen
in planning, uitvoering en de logistiek. Het loont de moeite voor ieder project
de voor- en nadelen van beide productielocaties af te wegen.
garantie voor de afnemer dat de elementen voldoen aan de gestelde kwaliteitseisen.
Ook kunnen kamerscheidende (niet-dragende) wanden van staalframebouw worden
gemaakt en als prefab op de bouwplaats worden aangeleverd.
De bevestigings- en montagemiddelelen hebben een wezenlijke invloed op de
productie van de elementen in de fabriek én de montage van de elementen op de
bouwplaats.
Een duurdere maar eenvoudige bevestiging is vaak goedkoper dan een minimale
inzet aan materialen. Het aandeel materiaal in de productiekosten is ongeveer 30%,
het aandeel loonkosten is 70%. Een duurder materiaal wordt dus vrij snel door een
gemakkelijke productie en een eenvoudige montage gecompenseerd.
Een voorbeeld: houten platen worden momenteel niet meer aan het staalframe
geschroefd, maar geschoten met speciaal getordeerde nagels of nieten. Voor een
gelijkwaardige constructie zijn meer nagels nodig, maar het schieten gaat sneller.
Vergelijkbaar met houtskeletbouw worden de nagels en nieten met hoge snelheid in
het staal geschoten. Afhankelijk van het type nagel of niet, komt de verbinding tot
stand door de profilering (wrijving), het ‘openbreken’ van de niet of het puntlaseffect
(de uiteinden worden door de warmteontwikkeling ‘gelast’).
Op dit moment worden vrijwel alle (houten) platen in de fabriek op het staalframe
bevestigd met nieten of nagels. De prefab elementen kunnen op de bouwplaats ook
met uitwendige verankering én geschoten montage (schietnagels) worden bevestigd
op de onderconstructie, bijvoorbeeld op een staalskelet.
In tegenstelling tot schroeven hebben nagels en nieten het nadeel, dat ze – eenmaal
geschoten – lastig zijn te verwijderen of te corrigeren.
Het extra voordeel van industrieel vervaardige producten is de kwaliteitswaarborging.
In de fabriek kan onafhankelijk van het weer, continue en onder gelijkblijvende
omstandigheden worden gewerkt. Daarbij kan het productieproces voortdurend en
systematisch worden gecontroleerd. Bij de productie van grote hoeveelheden kunnen
andere machines worden ingezet dan op de bouwplaats, zelfs tot en met een
volautomatische productiestraat.
De maximale afmetingen van geprefabriceerde elementen zijn afhankelijk van de
productiemogelijkheden van de producent, de hijs- en transportmogelijkheden én van
de omstandigheden op de bouwplaats (laden, lossen, kraancapaciteit, montage).
Gangbare elementbreedtes voor vloeren zijn 2,44 m en 3 m. De maximale
afmetingen voor prefab staalframebouw elementen zijn ongeveer 3,7x12 m. Door
de prefabricage van elementen is een aanzienlijke besparing op de bouwtijd te
bereiken, ook omdat alle voorbereidende werkzaamheden op de bouwplaats, tegelijk
met de productie van de elementen kan plaatsvinden. Hiertegenover staat, dat de
voorbereiding en productie van de elementen in een vroeg stadium moet gebeuren en
dat ontwerp van het gebouw op de prefabricage moet worden uitgewerkt. Niet alleen
de productie van de elementen moet goed worden voorbereid, ook de montage op
de bouw verdient extra aandacht. De vereiste bouwfysische eigenschappen gelden
niet alleen voor de verschillende onderdelen, maar ook voor het samenstel van de
verschillende elementen.
Afhankelijk van de mate van prefabricage, moet de planning vaststaan op het
moment dat de productie begint. Hou rekening met een periode van ongeveer acht
weken, voordat de werkzaamheden op de bouw kunnen starten. De detaillering
(opbouw en aansluitdetails) moet bijtijds bekend zijn, want wijzigingen hierin
áchteraf, zijn moeilijk en kostbaar. Afhankelijk van de mate van prefabricage
moeten op de bouw nog elementen worden afgewerkt, zoals het voegen van de
gipsbeplating. Eventueel moeten oppervlaktecorrecties worden uitgevoerd. In elk
geval moet met deze werkzaamheden rekening worden gehouden in de planning,
ook bij geprefabriceerde elementen. De elementen worden just-in-time geleverd en
maken een korte ruwbouwperiode mogelijk. In slechts drie tot vier dagen kan een
eengezinswoning wind- en waterdicht zijn. Daarna kan direct worden gestart met
de afbouw. Naast deze kostenbesparingen, zijn opslag- en productieruimte op de
bouwplaats niet nodig. Bouwplaatsafval wordt tot een minimum beperkt. Belangrijk
bij de montage op de bouw is de controle op de uitvoering van de koppelingen tússen
de elementen, omdat ze grote invloed hebben op de uiteindelijke bouwfysische
kwaliteit van het totale gebouw. De detaillering moet uiteraard wel praktisch
uitvoerbaar zijn.
Het uitwerken van het architectonisch ontwerp van een gebouw naar de verschillende
onderdelen en producten is een complex proces. De eisen aan het gebouw en de
bouwonderdelen zijn vastgelegd in het Bouwbesluit. Uiteraard kunnen hogere eisen
worden gesteld.
Met staalframebouw kunnen de bouwfysische eisen voor akoestiek, brandwerendheid
en warmte-isolatie binnen één systeem worden gerealiseerd. In staalframebouw
bestaan uiteenlopende principe oplossingen waarop kan worden gevarieerd
vanaf het ontwerpstadium. Ook kan samen met een leverancier of producent van
staalframebouw, gericht én binnen het systeem oplossingen gezocht worden.
Aansluitdetails verdienen extra aandacht – niet alleen voor het ontwerp, maar in het
bijzonder voor de uitvoering (zie ook het voorgaande hoofdstuk).
Het samenstel van de elementen bij de bouwknopen en aansluitdetails moet als een
gehéél de vereiste eigenschappen behalen, bijvoorbeeld voor de brandwerendheid en
geluidisolatie.
En – niet in de laatste plaats – de constructie moet zo worden ontworpen,
dat het niet conflicteert met de bouwfysische principes. Een doorkoppeling van
stabiliteitswanden mag bijvoorbeeld geen hinderlijke geluidbrug vormen.
De navolgende hoofdstukken behandelen de bouwfysische aspecten: akoestiek,
thermische isolatie en vochtwering. De eigenschappen en prestaties van verschillende
staalframebouw elementen voor wanden, vloeren en daken, worden daar tegenover
gezet. Daarmee kan elk gebouw worden ontworpen én getoetst op zijn bouwfysische
kwaliteiten.
De aandacht voor akoestiek en de verbetering van het
geluidcomfort groeit. Vooral in de (meerlaagse) woningbouw, zowel
op nationaal als internationaal niveau. In staalframebouw zijn hoge
geluidisolatiewaarden mogelijk.
Geluidisolatie van woningen in staalframebouw
Voor de lucht- en contactgeluidisolatie van woningen in staalframebouw gelden de
akoestische principes van droge en lichte bouwsystemen: geluidisolatie wordt niet
bereikt door massa, maar door het toepassen van meerdere lagen beplating en een
akoestisch ontkoppeling.
De ontkoppeling vindt plaats in de bouwdelen zelf, bij de opbouw van wanden en
vloeren, en tússen de bouwdelen bij de knooppunten. Bij deze knooppunten speelt de
verbindingsdemping tussen de bouwdelen een grote rol (afb. 49).
Het geheel moet op elkaar worden afgestemd en het resultaat hangt sterk af van
de plaats van de woningscheidende constructie. Is het alleen de wand of de vloer of
komen beiden als een woningscheidende constructie samen in een bouwknoop.

Bouwbesluit 2003
Het Bouwbesluit stelt eisen aan de karakteristieke index voor luchtgeluidisolatie
(Ilu;k), de index voor contactgeluidisolatie (Ico), installatiegeluid (LI,A;k) en aan de
karakteristieke geluidwering van de gevel (GA;k). Het is een complexiteit aan regels,
zeker wanneer meerdere gebruiksfuncties worden gemengd. Het Bouwbesluit
onderscheidt de volgende gebruiksfuncties:
• woonfunctie;
• bijeenkomstfunctie;
• celfunctie;
• gezondheidszorgfunctie;

Verhoogde eisen
Per 1 januari 2003 is de eis tussen besloten ruimten voor contactgeluidisolatie
verhoogd. De onderstaande eisen gelden bij percelen onderling en bij verschillende
gebruiksfuncties binnen hetzelfde perceel:
• De Ilu;k van een besloten ruimte naar een verblijfsruimte van een aangrenzende 
  woon- of gebruiksfunctie is niet kleiner dan 0 dB.
• De Ico van een besloten ruimte naar een verblijfsruimte van een aangrenzende woonof 
  gebruiksfunctie is niet kleiner dan +5 dB.
Er gelden soms minder zware eisen tussen verschillende gebruiksfuncties,
bijvoorbeeld bij verkeersruimten onderling. Deze kunnen daar leiden tot eenvoudiger
constructies.
De luchtgeluidisolatie uit het Bouwbesluit is een lastige grootheid. De waarde is niet
alleen afhankelijk van de constructie, maar ook van de plattegrond. In hetzelfde
bouwsysteem kan met dezelfde bouwknopen en bouwdelen, maar met een andere
indeling, de waarde ongeveer 5 dB variëren.

Geluidisolatie van de gevel
Het Bouwbesluit stelt een minimale eis aan GA;k van 20 dB(A). Deze eis heeft
soms gevolgen voor de ventilatievoorziening en in het algemeen niet voor de
gevelconstructie.
Afhankelijk van de omgeving van het gebouw kan de eis aan de geluidwering
oplopen tot 35 dB(A) of - in speciale gevallen - nog hoger. Bepalend zijn de
geluidbelasting volgens de wet Geluidhinder (ruimtelijke ordening) én de toelaatbare
grenswaarde in de verblijfsruimten (Bouwbesluit). Het verschil tussen die twee moet
door de gevel worden geïsoleerd. Deze systematiek is voor industrielawaai, weg- en
railverkeer gelijk. Voor luchtvaartlawaai geld een afwijkende systematiek. Hier wordt
de geluidbelasting met een tabel uit het Bouwbesluit omgezet naar een eis aan de
karakteristieke geluidwering.
Als de GA;k groter is dan 25 dB(A), raadpleeg dan een deskundige. In die gevallen
moet de akoestische kwaliteit van alle verschillende onderdelen in evenwicht worden
gebracht, omdat de eis geldt voor de héle gevel, inclusief beglazing en ventilatie. Bij
waarden van GA;k boven 25 dB(A) kan dit leiden tot extra eisen aan de gevelpanelen.
Bij waarden boven 30 dB(A) zijn de maatregelen voor staalframebouw en andere
lichte bouwsystemen ingrijpend.
De profielen die in staalframebouw worden gebruikt, zijn gemaakt van verzinkt
staalplaat met een zinklaagdikte van 20 μm. Dat komt overeen met 275 gram/m2.
Het verzinken geeft een bijna levenslange corrosiebescherming, zolang de detaillering
en afwerking van de staalframebouw onderdelen zorgvuldig zijn uitgewerkt en
uitgevoerd.
De zinklaag is gevoelig voor mechanische beschadiging tijdens transport en opslag
van de profielen, bijvoorbeeld door stoten of krassen.
De transportverpakking moet deze beschadigingen voorkomen. De profielen moeten
zo worden opgeslagen dat geen vuil en water in de profielen terecht kan komen.
Bij een normale binnentemperatuur gaat 0,1 gram/m2 zink per jaar ‘op’ aan
corrosie. Dat is een normale situatie. Daarmee houdt de zinklaag van 275 gram/m2
ruimschoots stand tijdens de theoretische levensduur van een woning (50 jaar).
Zink heeft bovendien de eigenschap om beschadigingen in de zinklaag te ‘genezen’.
Deze genezende kracht komt voort uit het onderlinge verschil in elektrisch potentiaal
tussen staal en zink. Het onedele zink (het metaal met de minst hoogste potentiaal)
offert zich op ten gunste van het edelere staal. Zodra een deel onbeschermd staal
met vocht in aanraking komt, verplaatst het zink zich naar het onbeschermde deel
om het tegen corrosie te beschermen. Hierdoor hoeven de zaag- of knipkanten bij
(dunwandige) staalprofielen niet extra te worden behandeld.
Nieuwe, pas verzinkte staalprodukten hebben een opvallende glans, die echter
binnen een paar weken dof grijs wordt. Deze vergrijzing wordt veroorzaakt door
een laag zinkcarbonaat, dat ontstaat door het corroderen van het zink, een reactie
van zink met water, zuurstof en kooldioxyde, wat alledrie in de lucht zit. Deze laag
zinkcarbonaat is niet in water oplosbaar en geeft het zink een goede bescherming
tegen verdere corrosie. Dat houdt niet in dat de profielen zonder meer kunnen
worden opgeslagen in weer en wind. De profielen moeten tegen regen en vocht zijn
beschermd en voldoende worden geventileerd.
Als staal kort na de productie met vocht, onvoldoende zuurstof én kooldioxyde in
aanraking komt, vormt zich ‘witte roest’. Deze poedervormige, witte zinkoxyde is
redelijk volumineus. Als deze oxyde makkelijk is te verwijderen zonder duidelijke
sporen achter te laten op de zinklaag, dan is de corrosiewerende werking niet
beïnvloed. Tekenen zich wel duidelijke sporen af in de zinklaag, dan moet de
bechermende werking tegen corrosie worden onderzocht en getoetst.
Over de zinklaag heen, kunnen één of meerdere verflagen worden aangebracht. Men
spreekt dan van een duplex-systeem. Een duplex-systeem wordt doorgaans gebruikt
als een zware aanslag op de corrosiewerende werking wordt verwacht, bijvoorbeeld

Woningen in staalframebouw
bij gebouwen in een agressief milieu (maritiem of industrieel klimaat). De verflaag
verhinderd de vorming van zinkcarbonaat (zinkcorrosie). De verflaag voorkomt
ook roestverspreiding, die bij de normaal verzinkte delen kan optreden, door kleine
mechanische beschadigingen of veroudering. De beschermingsduur van het duplexsysteem
is door deze ‘synergie’ van de producten ongeveer 1,8 tot 2,5 keer langer
dan de som van de aparte zink- en verflagen.
De verzinkte staalplaat kan ook fabrieksmatig worden voorzien van een verflaag.
Daardoor kan met minder inspanning en tegen lagere kosten een hoge kwaliteit
worden bereikt dan wanneer de verf door rollen of schilderen achteraf wordt
aangebracht.
Bij staalframebouw worden verzinkt staal toegepast, om corossie tijdens de productie
van de elementen en tijdens de ruwbouw te voorkomen.
Vocht bevordert corrosie. Daarom worden de profielen vaak met de open zijde naar
beneden gemonteerd of ze zijn voorzien van een vochtdoorlatende perforatie. Zo
wordt vermeden dat zich tijdens de ruwbouw vocht in de profielen ophoopt. Open
ruimtes, zoals bij koppelingen en verbindingen tussen de elementen, dienen zo
gemaakt te worden dat indringende water direct weer afvloeit.
Bij de keuze van verbindingsmiddelen moet men rekening houden met
contactcorrosie. Contactcorrosie wordt veroorzaakt door het onderlinge verschil in
elektrisch potentiaal dat ontstaat wanneer verschillende metalen met elkaar contact
hebben (net als bij zink en staal). Bij verzinkte profielen moeten daarom verzinkte
bevestigingsmiddelen worden gebruikt. Buiten, dat wil zeggen bij direct contact
met regenwater of daar waar condens kan voorkomen, moet men roestvast stalen
bevestigingsmiddelen gebruiken.
Binnen kan men ook gefosfateerde schroeven toepassen. Daarbij moet men er wel
zeker van zijn dat er geen vocht bij kan komen.
Volg Thermogreen Building Solutions op LinkedIn! Volg Thermogreen Building Solutions op Twitter!
30 januari RT @JanEkkelenkamp: @TenDesignNL en het laatste infopunt @ijsseldelta voor vandaag geplaatst bij schapenboerderij De Vreugdehoeve #Zwoll ...
Maalstoel 4, 7773NN Hardenberg, The Netherlands Mail ons Algemene voorwaarden